Eigen ontwerp
Internetten via je mobiele telefoon, waterdichte en toch luchtige outdoor kleding, een blaaspijpje voor privé gebruik, de nieuwste technologische uitvindingen…, we zijn er dol op. Hoe worden deze snufjes eigenlijk bedacht, of beter gezegd ontworpen? Een ontwerper heeft basiskennis nodig, maar de creativiteit van de ontwerper om die kennis op een vernieuwende manier in te zetten, is waar het echt om draait.

Beroepsontwerpers gaan te werk volgens een bepaalde systematiek:

  1. Ze ontrafelen het probleem en zorgen dat ze er zoveel mogelijk over te weten komen.
  2. Ze maken een programma van eisen waaraan het nieuwe product moet voldoen. Dit gebeurt vaak in overleg met de doelgroep of de opdrachtgever.
  3. Dan komt de creatieve fase: het bedenken van (deel)uitwerkingen. Die bedenken ze niet altijd zelf, maar nemen ze vaak over van bestaande producten. Het eerste idee is meestal niet het beste. Ze willen daarom zoveel mogelijk verschillende bruikbare ideeën verzamelen. Dat helpt bij het vinden van oplossingen die het beste voldoen aan het programma van eisen.
  4. Door al die kleine ideeën op de meest slimme manier te combineren, stellen ze een ontwerpvoorstel op. Dat is een uitgewerkte beschrijving van het beoogde eindproduct. Vaak leggen ze het voorstel voor aan de opdrachtgever in de vorm van een offerte. Dat idee wordt, na acceptatie, uitgevoerd en zo ontstaat het prototype of model van iets wat er niet eerder was, een nieuw ontwerp.
  5. Dat moet worden getest, want in de praktijk zal blijken of het nieuwe ontwerp ook de beste oplossing is voor het probleem, waar het allemaal mee begon. Meestal komen uit de testfase voorstellen voor verbetering van het product. De ontwerper verwerkt die in het prototype of model dat wordt opgeleverd.

droomhuis.jpgIn het opleveringsgesprek met de opdrachtgever moet blijken of de ontwerpers een aanvaardbare oplossing hebben gevonden voor het probleem. Daarbij wordt uiteraard de werking van het prototype of model uitgebreid gedemonstreerd.

Je werkt in een ontwerpteam. Samen kom je vaak op meer en betere ideeën dan wanneer je alleen werkt.

In deze periode kies je voor één van onderstaande ontwerpopdrachten:

  1. Cosmetica
  2. Toetje
  3. Wijn maken
  4. I-podhouder voor de fiets
  5. Wierook
  6. Bouw je eigen robot (met een robo-bouwpakket van school) en ontwerp bewegingen hierbij
  7. De wenteltrap
  8. Hulpmiddel voor mensen met een beperking (zoals protheses, blindheid of doofheid)
  9. Ergonomisch verantwoorde schooltas

Je mag, in overleg met je begeleider, ook zelf een idee inbrengen!

 

 

Analyseer en beschrijf het ontwerpprobleem
Elk ontwerp begint met het signaleren van een probleem/behoefte waar een oplossing (=ontwerpopdracht) voor gezocht moet worden. Aan het product (=oplossing) worden allerlei eisen gesteld wat betreft vorm, materiaal, kleur, bediening enzovoort. Om al die eisen in het product te realiseren vindt het ontwerpen via een vast traject plaats.

Je bekijkt (letterlijk en figuurlijk) het probleem van alle kanten. Wie is de probleemhebber van het probleem? Op welke manieren heeft hij of zij precies last van het probleem? Hoe is het probleem ontstaan? Welke producten zijn er al voor het oplossen van dit probleem? Waarom voldoen die niet? Wat gebeurt er met de bestaande producten als ze niet voldoen? Wie produceert de producten? Van welke materialen? Welke andere groeperingen/organisaties hebben ook met het probleem te maken? Op welke manier hebben deze betrokkenen met het probleem te maken? Hoe kun je de betrokkenen betrekken bij het analyseren en beschrijven van het probleem?

Het is natuurlijk het makkelijkst als je al je vragen aan een probleemhebber kunt stellen. Maar als je je inleeft, kun je ook zelf ontdekken hoeveel verschillende kanten een probleem kan hebben.

Achtergrondinformatie zoeken
Bedenk, nadat je het ontwerpprobleem geanalyseerd hebt, dat je vast niet de eerste bent die over dit probleem nadenkt: zoek in bronnen (deskundigen, boeken, internet) naar achtergrondinformatie. Zijn er al producten op de markt waarmee je het probleem kunt aanpakken? Welke goede eigenschappen van een bestaand product zou je ook in jouw ontwerp willen opnemen? Voor welke ‘foute’ eigenschappen van een bestaand product gaat jouw ontwerp een beter alternatief bieden? Vermeld natuurlijk bij elke informatie de bron.

Bij deze ontwerpopdracht is het de bedoeling dat je gaat kijken bij een echt bedrijf dat een dergelijk product maakt, in de vorm van een excursie of een gastles. Gebruik deze expertise in deze fase en in de testfase.

1.1 (D) In een gegeven situatie het ontwerpprobleem vaststellen
Ik kan in een groepje een ontwerpprobleem in een gegeven situatie analyseren en beschrijven.

 

 

 

Stel een programma van eisen op
Er bestaan verschillende soorten eisen:
  • Eisen die met de functie (de werking) van het nieuwe product te maken hebben. Wat moet het nieuwe product kunnen? Waar moet het voor zorgen?
  • Eisen die met het gebruik van het nieuwe product te maken hebben. Hoe handig kun je ermee omgaan?
  • Eisen die met de vorm en de prijs van het nieuwe product te maken hebben. Hoe duur mag het wezen? Hoe kan het eruit zien? Welke en hoeveel materialen zijn nodig?
  • Eisen die te maken hebben met de productie van het te ontwerpen product. Bijvoorbeeld, is serieproductie mogelijk? Dan is het goedkoper te maken en kunnen veel mensen het kopen.
2.1 (C) Duuzaamheid-eis, functionele eisen en gebruikerseisen noemen
Ik kan één duurzaamheid-eis noemen naast twee functionele eisen en twee gebruikerseisen.

  

 

 

Brainstorm: Bedenk verschillende uitwerkingen
Bedenk verschillende uitwerkingen van het ontwerp (minimaal 2 ). In veel gevallen is het handig om bij de verschillende uitwerkingen een tekening te maken. In een schets kun je vaak goed laten zien wat je bedacht hebt.

Bij brainstormen is het belangrijk nog niet te snel naar één resultaat toe te werken: oordeel nog niet over de haalbaarheid van elkaars ideeën. Juist het denken buiten bestaande kaders kan ervoor zorgen dat je op nieuwe mogelijkheden komt. Dus geen JA MAAR: Als een idee van een ander je niet duidelijk is vraag je om toelichting, een schets. Wel EN OOK: hoe meer ideeën, hoe meer keus je in de volgende fase hebt.

Schrijf alle ideeën uit de brainstormfase op. Bekijk daarna kritisch wat elk idee waard is. Is het realiseerbaar? Sluit het wel aan het programma van eisen? Hierbij moet je een beetje streng zijn, want anders heb je wel een nieuw product, maar niet iets wat in voldoende mate aan het programma van eisen voldoet. In dat geval zal de opdrachtgever je ontwerp afkeuren.

Feedback vragen op de uitwerkingen
Vraag feedback van een andere groep op jullie ideeën. Gebruik hiervoor het beoordelingsformulier. Als je naar jouw zin te weinig toelichting krijgt, vraag dan om uitleg! Een beargumenteerd feedbackformulier is jullie verantwoordelijkheid èn een onderdeel van de uiteindelijke beoordeling (zie beoordelingsformulier door docent).

Bewaar dit formulier goed, want je moet het ook opnemen in het uiteindelijke procesverslag. Uiteraard verwerk je de feedback in het definitieve ontwerp.

--------------------

Beoordelingsformulier eerste uitwerkingen van het ontwerp

Namen van de leerlingen die worden beoordeeld:

Namen van de beoordelaars:

Datum beoordeling:

Beoordeling van het plan

Cijfer

Toelichting

Het ontwerpprobleem is zorgvuldig beschreven en geanalyseerd (fase 1a).
Er is een theoretische onderbouwing aanwezig: achtergrond informatie met bronvermelding (fase 1b).
Het programma van eisen is zorgvuldig beschreven (fase 2).
Er zijn minimaal 2 uitwerkingen van het ontwerp aanwezig (fase 3a).
Er is een duidelijke planning van werkzaamheden, die besproken is met de begeleider.
3.1 (D) Ideeëntabel maken, ook met ideeën van anderen
Ik kan een ideeëntabel maken met meerdere verschillende ideeën en de ideeën van anderen daarin verwerken.

 

 

 

Formuleer een ontwerpvoorstel
Kies één uitwerking en bouw deze of werk deze uitgebreider uit in een maquette/animatie/tekening/prototype.

Eigen_ontwerp_3.jpg

Leg eerst in een werkplan uit waarom je deze uitwerking kiest.

4.1 (C) Controleren of een ontwerpvoorstel uitvoerbaar is
Ik kan controleren of een ontwerp-voorstel uitvoerbaar is met bestaande materialen en hulpmiddelen.

 

 

 

Realiseer het model: Prototype of model maken

Beschrijf alle ingrediënten/onderdelen van jouw ontwerp en hun functie daarin. Geef ook reactievergelijkingen daar waar dat kan (bijv. als je gist gebruikt).

 

Eigen_ontwerp_4.jpg

Tip: Maak foto’s van mislukte prototypes en bewaar ze. Soms kun je dat bij de presentatie gebruiken.

 

5.2 (D) Prototype of model bespreken
Ik kan een prototype of model maken en bespreken met de probleemhebber of opdrachtgever.

 

 

 

 

Test het ontwerp bij gebruikers/deskundigen
Test je ontwerp en evalueer het. Voor het testen kun je denken aan een:
  • Diepte-interview met een of meer toekomstige gebruikers.
  • Enquête onder testpersonen. Bedenk goed wat je van de testers wilt weten.
  • Gebruikerstest, waarin de ontwerper observeert hoe de toekomstige gebruiker het prototype gebruikt.
  • Advies van een expert op het gebied van het ontwerp. Bij deze ontwerpopdracht is het de bedoeling dat je bij elke ontwerpopdracht gaat kijken bij een bedrijf dat een dergelijk product maakt, in de vorm van een excursie of een gastles. Dit biedt je een unieke kans om je eigen ontwerp te laten beoordelen door een deskundige.
Denk aan de mogelijkheden van bijv. Skype om met deskundigen contact te hebben.
6.2 (B) Testplan uitvoeren
Ik kan het testplan uitvoeren.

 

 

 

Verslag
Het verslag bestaat uit een bundeling van:
  • een duidelijke planning, die met de begeleider aan het begin en op de helft van het project besproken is;
  • een beschrijving en analyse van het ontwerpprobleem (stap 1);
  • een beschrijving van het programma van eisen (stap 2);
  • minimaal 2 uitwerkingen van een ontwerp (stap 3a);
  • het beoordelingsformulier van een andere groep over jullie ontwerp (stap 3b);
  • een uitwerking in maquette, animatie en/of tekeningen van het ontwerp (stap 4);
  • de test van het ontwerp (stap 5);
  • de beoordelingen van de samenwerking (stap 6) en een samenvatting/ conclusie over de samenwerking.

Lever dit in bij je docent. Bekijk ook het beoordelingsformulier goed.

Beoordelingsformulier Verslag

Datum beoordeling:
Cijfer = puntentotaal / 1,2   Toelichting
Beschrijving en analyse van het ontwerp-probleem, inclusief achtergrondinformatie met bronvermeldingen (fase 1). 0 1

 

Beschrijving van programma van eisen (fase 2). 0 1  
Minimaal 2 uitwerkingen van een ontwerp (fase 3a). 0 1  
Het beoordelingsformulier van een andere groep over jullie ontwerpen (fase 3b). 0 1  
Uitwerking in maquette, animatie en/of tekeningen van het ontwerp. Beschrijving van de verschillende onderdelen/ingrediënten met hun functies (fase 4). 0 1 2
Test van het ontwerp en/of het gebruikersonderzoek en beschrijving van de wetenswaardigheden van de excursie of gastles (fase 5). 0 1

 

De beoordelingen van de samenwerking
(fase 6) en een samenvatting/conclusie over de samenwerking (wat ging goed, wat ging niet zo goed, hoe zou je het een volgende keer anders kunnen aanpakken?).
0 1 2
Mate van diepgang: Hoeveel moeite heb je gedaan? Hoe creatief ben je geweest? 0 1 2
Duidelijke planning die met de begeleider aan het begin en rond de helft van het project besproken is. 0 1  
7.1 (C) Rapporteren over het ontwerpproces
Ik kan een rapport schrijven over het ontwerpproces, met behulp van een gegeven structuur.

 

 

 

Presentatie
Van je docent hoor je wanneer jullie presentatie plaatsvindt. Kijk ook nu goed naar het beoordelingsformulier om te weten wat er van je verwacht wordt. De presentatie mag maximaal 10 minuten duren.
7.3 (D) Ontwerpproces in relatie tot programma van eisen presenteren, met argumenten
Ik kan een passende presentatie verzorgen over relevante onderdelen van het ontwerpproces en het geleverde resultaat in relatie tot het programma van eisen. Ik kan dit ontwerp verdedigen met argumenten.

 

  

 

Evaluatie van de samenwerking
  • Elk groepslid vult het beoordelingsformulier over samenwerking in voor elk ander groepslid.
  • Verzamel de formulieren per persoon en bespreek ze met elkaar. Vraag toelichting waar nodig en noteer deze.

Vat de resultaten van de evaluatie samen: wat ging goed, wat ging niet zo goed en hoe zou je dat een volgende keer anders kunnen doen?

Naam Leerling:

Wordt beoordeeld door:

Onderdeel van samenwerking Cijfer Waarom heb je deze beoordeling gegeven? Noem er ook (een) voorbeeld(en) bij.
Het tonen van inzet.
  • Hoe goed doet de leerling in jouw groepje zijn best?
Het meedoen in gesprekken, overleg of discussies.
  • Zegt hij/ zij genoeg in een overleg of te weinig?
Het luisteren naar elkaars voorstellen.
  • Hoe goed luistert de leerling in jouw groepje naar andere leerlingen en naar jou?
Het begrijpen van elkaar.
  • Hoe goed geeft hij/zij uitleg aan jou of aan een andere leerling wanneer jij of iemand anders iets niet goed begrijpt?
Taakverdeling
  • Heeft de leerling een even groot aandeel gehad in de werkzaamheden van dit blok?
Afspraken
  • Hoe goed kun je met je medeleerling afspraken maken en hoe goed komt hij/zij deze na?

Een sterk punt van deze persoon is:

Een aandachtspunt voor deze persoon is:

8.4 (C) In overleg met de groep taken en afspraken bespreken
Ik kan alle taken die horen bij ontwerpen uitvoeren in overleg met de groep en ik kom gemaakte afspraken wat betreft ontwerpen na.

 

 

TIP VOOR DE DOCENT
Deze opdracht is ontwikkeld door docenten van Marianum Scholengemeenschap, locatie Groenlo.
De leerlingen kunnen bij de start van de opdracht zelf een keuze maken voor een ontwerp. Hier wordt een aantal voorbeelden genoemd van mogelijke producten. Deze producten worden ontwikkeld/geproduceerd in Groenlo en omgeving en met deze bedrijven is een samenwerking aangegaan. De voorbeelden kunnen aangepast worden aan de mogelijkheden in de eigen omgeving.